Boodschappers van de dood

Nabestaanden moeten binnen 24 geïnformeerd worden
Nabestaanden moeten binnen 24 geïnformeerd worden
Nabestaanden moeten zsm geïnformeerd worden (foto: Kees van de Veen)

Op de commode in een kinderkamer ligt een zes maanden oude baby. Levenloos. Vermoord, zo lijkt het. ,,Kun je helpen met wassen en aankleden?’’, vraagt de tante van de moeder die verdachte is. Familierechercheur Van der Kooi twijfelt even, maar pakt dan een handdoek en kleertjes.

Zeewuster (60) , Richard van der Kooi (47) en nog achttien andere politiemensen bij de politie-eenheid Noord-Nederland, zijn boodschappers van de dood. In slechtnieuwsgesprekken informeren ze nabestaanden over de moord op hun partner, broer, ouder of kind.

Ze vertellen dat het hún broer is, die uit een kanaal is gevist. Of dat het om zijn vrouw gaat, die vermoord is gevonden in een woning. De rechercheurs zijn gedurende het moordonderzoek ook de brug tussen nabestaanden en speurders. Ze maken geen deel uit van het team dat de moord of een ander, zeer ernstig misdrijf onderzoekt.

Het voorbeeld van de baby op de commode tekent misschien wel het belangrijkste dilemma van de familierechercheur. ,,Je bent steun en toeverlaat voor de familieleden bij een moordzaak, maar moet altijd een gezonde afstand houden. De grens is soms moeilijk te bepalen. Soms ga je achteraf gezien te ver. Zoals bij de baby. Zo denk ik er nu over.’’

Het Noorden telt jaarlijks gemiddeld acht tot tien moord-en doodslagzaken. Bij elk dodelijk misdrijf krijgen nabestaanden een familierechercheur aangeboden. Het zijn deze politiemensen van wie familieleden van vermoorde mensen het onmogelijke verwachten: een antwoord op alle vragen.

Van der Kooi en Zeewuster
Van der Kooi en Zeewuster (foto Corné Sparidaens)

Voor de familierechercheurs die een vierdaagse opleiding volgen en examen moeten doen, gelden een paar vuistregels. Van der Kooi: ,,De opmerking ‘ik weet hoe u zich voelt’, is echt uit den boze. Verder moet je geen toneelstukje spelen, goed luisteren en ook soms niets kunnen zeggen.’’

Zodra iemand is overleden begint voor de twee een race tegen de klok. Zeewuster: ,,Bij de relatie met de nabestaanden draait alles om vertrouwen. We hebben een belangrijke slag verloren als een vrouw via de media moet horen dat haar man is doodgeschoten en wij komen daarna pas met het nieuws.’’

De opkomst van sociale media heeft het werk van Zeewuster en Van der Kooi er wat dat betreft niet makkelijker op gemaakt.

Zeewuster: ,,Gevoelige informatie verspreidt zich razendsnel.’’De familierechercheurs willen binnen een uur op de stoep staan bij de nabestaanden. “En als we er zijn, moeten we nog vaak een slag om de arm houden. Je mag niet zeggen: ‘het is je dochter die is vermoord’. Wel dat het naar alle waarschijnlijkheid zo is.’’

Soms duurt het anderhalve dag voordat er honderd procent duidelijkheid is over de identiteit van het slachtoffer. Nabestaanden zijn dan soms boos. ,,Voor deze mensen duurt het altijd te lang. Wij begrijpen dat wel.’’

Nabestaanden vuren bijna altijd dezelfde drie vragen op Zeewusteren Van der Kooi af. Heeft hij of zij pijn gehad? Is het snel gegaan? Hoe is het gebeurd? Soms wil iemand weten wat de fatale messteek is geweest, om te kunnen concluderen dat de messteken daarna door het slachtoffer niet meer gevoeld zijn. Het kan de pijn net iets verlichten.

Als het om de details gaat, duikt een ander venijnig probleem op. De naar informatie smachtende familieleden mogen uit onderzoeksbelang van het moordteam simpelweg niet alle ‘ins en outs’ weten. Er zijn aspecten aan een moord, die alleen de dader kan weten. Deze daderinformatie is essentieel voor een onderzoek. Het is bewijs tegen de verdachte.

Moord in de Groninger rosse buurt
Moord in de Groninger rosse buurt

,,De kans bestaat altijd dat een familielid gevoeligheden op straat gooit: daderinformatie of iets over het verloop van een onderzoek. We mogen dus niet alles vertellen’’, vertelt Van der Kooi. De twee rechercheurs lossen dit probleem deels op door zich bewust in beperkte mate op de hoogte te laten brengen door het onderzoeksteam. Zeewuster: ,,Wat je niet weet, kun je niet vertellen.’’

Op zondag 16 januari 2005 werd in Wolvega de 53-jarige Libbe de Jong thuis doodgeschoten. Van der Kooi kreeg als familierechercheur kort na de moord een telefoontje van een verontruste rechercheur van het onderzoeksteam.

,,Die vroeg of ik familieleden een bepaald detail over de moord had prijsgegeven. Ik wist zeker dat dit niet het geval was. Kennelijk bevond de dader zich onder de familie of in kringen dicht bij de nabestaanden.’’ Dat laatste bleek inderdaad het geval.

Bij ongeveer tweederde van de moordzaken is de dader een bekende van het slachtoffer. Een partner of een familielid. Zeewuster: ,,Bij het eerste familiebezoek nemen we altijd een pistool mee. Je weet namelijk nooit wat je aantreft en in wat voor gemoedstoestand mensen zijn. De dader kan altijd tussen de nabestaanden zitten.’’

Ieder gezin is weer anders. De familierechercheurs komen in de stad, op het platteland, bij welgestelden en bij minder bedeelden thuis. Slachtoffers van moord-en doodslagzaken komen net als hun moordenaars uit alle lagen van de samenleving.

De familierechercheurs proberen snel de verhoudingen binnen gezin of familie te peilen. Wat speelt er op de achtergrond? Hoe zijn onderlinge relaties? Van der Kooi: ,,Belangrijk om te weten voor ons werk, maar ook voor het onderzoeksteam. We blijven wel altijd rechercheurs. Alle relevante informatie gaat naar het moordteam. Daarin zijn we ook open.’’

Aanvankelijk is er soms wantrouwen en frustratie bij de nabestaanden. Ze hebben te maken met politiemensen die hen lang niet alles vertellen. Zeewuster: ,,Langzaam ontstaat wat meer vertrouwen. Ze zien dat alleen wij hen kunnen vertellen over de voortgang van het onderzoek.’’

Het voorbeeld van de dode baby die Van der Kooi aankleedde, is niet het enige voorbeeld voor de lastige balans tussen compassie tonen en het houden van een gezonde, emotionele afstand. Openheid, het tonen van medeleven en transparantie is belangrijk, maar er zit wel een grens aan.

Zeewuster: ,,Wie niet oppast, krijgt er elk jaar drie vrienden bij. Het moet een keer stoppen. Je moet ook niet één van hen worden. Wij moeten zelf bepalen waar de grens ligt wat betreft compassie. Die vrijheid is er. Of je iemand in je armen laat snikken, dat hangt van persoon en situatie af.’’

Wildwest taferelen in Baflo: twee doden
Wildwest taferelen in Baflo: twee doden

Zeewuster was als familierechercheur betrokken bij de dubbele moord in Baflo op 13 april 2011. De asielzoeker Alasam S. doodde op één avond zijn vriendin Renske Hekman en de politieman Dick Haveman. Het korps was in rouw en twee families moesten een zwaar en volkomen onverwachts verlies verwerken.

,,Ik zat in de zaal bij de herdenkingsdienst voor Renske. Toen er een minuut stilte werd gehouden voor Dick, kon ik de tranen niet bedwingen. Dan laat je je dus gaan. Iedereen in de zaal keek me aan. Maar de mensen konden het tonen van emotie wel waarderen. Ben je dan te ver gegaan? Ik denk het niet.’’

Zo verschillend als de nabestaanden, zo divers zijn de manieren waarop ze hun dankbaarheid tonen. Neem de Marokkaanse moeder van de in juli bij het Tjeukemeer gevonden Omar Kourrich. Ze hield na het horen van het nieuws over de moord op haar zoon, twintig minuten de hand van Zeewuster vast. ,,In de Marokkaanse cultuur is dat bijzonder.’’

Ouders van een bijkans doodgeslagen jongen uit de streek Friese Wouden, bedankten Van der Kooi met een doos eieren van de eigen kippen. ,,De Friezen of Waldpiken hier staan bekend als uiterst stug en ingetogen. Zo’n geschenk betekent dan ontzettend veel.’’

Bijzonder zijn de moorden waarbij er een zeker begrip is voor het handelen van de dader en de dader in zekere zin ook slachtoffer is. Een voorbeeld is de ongelukkige ‘broedermoord’ in 2de Valthermond in februari 2011. Tijdens een ruzie stak de 46-jarige Frans B. zijn 42-jarige broer dood. Het slachtoffer liep als het ware in het mes van Frans B., die zich bedreigd voelde.

De broers en zus hebben Frans B. nooit als een echte moordenaar gezien. Van der Kooi: ,,De verdachte wilde graag afscheid nemen van zijn jongere, gedode broer. Ik heb toen geregeld dat hij vanuit het Huis van Bewaring naar het mortuarium kon.’’

Zeewuster was getuige van een emotioneel tafereel. De fors gebouwde Frans B. stond snikkend en ongeboeid naast zijn zus, bij hun opgebaarde broer. Dader en nabestaande: zo dicht naast elkaar en samen treurend. ,,Dan kun je echt iets betekenen voor de familie.’’

Mick van Wely

(foto’s: Corné Sparidaens en Kees van de Veen )

Unieke passage in vonnis Baflo-moorden

S. in de rechtbank (tekening: Annet Zuurveen)

 

S. in de rechtbank (tekening: Annet Zuurveen)
S. in de rechtbank (tekening: Annet Zuurveen)

Alasam S. is door de Groninger rechtbank dinsdagmiddag veroordeeld tot 28 jaar cel voor de moorden op zijn vriendin Renske Hekman en de politieman Dick Haveman in Baflo in april 2011. De rechtbank achtte twee keer moord en twee keer poging moord bewezen, maar legde geen levenslang op zoals was geëist door justitie.

De motivering van de rechtbank om geen levenslang op te leggen is bijzonder. De rechter zei namelijk onder meer dat levenslang ‘geen enkel perspectief‘ biedt op terugkeer in de maatschappij.  En erkent daarmee dat gratie in praktijk niet (meer) bestaat.

Read more…

Moet Alasam S. dinsdag levenslang krijgen?

Alasam S. en Baflo
Alasam S. en Baflo
Alasam S. en Baflo

Wordt het levenslang of niet? De Groninger rechtbank beslist dinsdag 5 maart of Alasam S. (27) de rest van zijn leven in de bajes blijft.

Ik zou niet graag in de schoenen van de rechters willen staan. Na drie weken piekeren en het bekijken van zo’n recente tachtig zaken waarbij levenslang aan de orde was, kom ik er niet uit. Ik neig naar geen levenslang. En waarom?

Read more…