Advocaat Sydney Smeets

Gastcolumn ‘Grensgevallen’, Sydney Smeets

Sydney SmeetsGastcolumnist in de rubriek HetPleidooi is dit keer Sydney Smeets van SpongAdvocaten. Smeets staat een verdachte bij in  de zaak rond de mishandeling met dodelijke afloop van de grensrechter Richard Nieuwenhuizen. Eerder deed hij de Playstation-zaak in Dordrecht: een drievoudige moord. Smeets schrijft in de column ‘Grensgevallen’ over aannames, te snel getrokken conclusies en de vergeten onschuldpresumptie.

 

 Grensgevallen

 Begin december 2012 liep een vriendschappelijk potje voetbal in Almere uit de hand. Onderlinge spanningen tussen een grensrechter en het bezoekende team resulteerden in een korte vechtpartij. Dezelfde avond overleed de grensrechter. Korte tijd later werden acht verdachten aangehouden.

Kahneman
Kahneman

Als je het zo opschrijft lijkt wel duidelijk wat er gebeurd is. U en ik zien een verband, terwijl dat in feite nergens benoemd wordt. Dat psychologische proces beschreef de Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman in zijn meesterwerk Thinking, Fast and Slow (2011).

Onze hersenen zijn erin getraind van beperkte informatie toch een coherent verhaal te maken. We zoeken naar patronen, nemen automatisch causale verbanden aan en doen dat ongegeneerd op basis van eenzijdige en onvolledige informatie. What you see is all there is.

Het is een bekend probleem waar advocaten vaak tegen moeten opboksen. Politieagenten maar ook journalisten nemen maar al te graag aan dat eenzijdige informatie juist is. Het eenvoudige coherente verhaal is genoeg, ongeacht wat het beschikbare alternatief is.

Daarbij wordt de advocaat vaak extra gehinderd door het gegeven dat hij beperkt is in de informatie die hij kan delen. Steeds vaker zitten verdachten lange tijd in beperkingen zodat het ook de advocaat niet is toegestaan een weerwoord te geven.

Vaak duurt het ook geruime tijd voordat de verdediging zelf de kans krijgt getuigen te ondervragen en moet de inschatting gemaakt worden in hoeverre een mediaoptreden deze getuigen kan beïnvloeden.

Want getuigen zijn notoir onbetrouwbaar. Vaak zijn we niet meer in staat achteraf te reconstrueren of we ons informatie herinneren omdat we iets zelf hebben gezien, of omdat we het later hebben gehoord. In de psychologie wordt dat ‘bronverwarring’ genoemd.

De grensrechterzaak
De grensrechterzaak: outcome-bias?

Daar komt dan nog bij dat we geneigd zijn tot een zogenaamde ‘outcome-bias’. Als we weten wat het resultaat is vullen we onze herinnering aan wat er voorafging daarmee in. Ernstige gevolgen zullen wel ernstige oorzaken hebben, zo zijn we gewend te denken.

In een strafzaak die ik in 2012 behandelde luisterden agenten eerst relatief onbevooroordeeld een tapgesprek uit en verbaliseerden netjes dat ze geen namen konden verstaan. Na de aanhouding van mijn cliënt werd het gesprek nogmaals beluisterd en nu was opeens duidelijk dat daarin de naam van cliënt genoemd werd.

Ra, ra hoe kan dat? Het hof maakte er korte metten mee.

Ook in zedenzaken zien we het regelmatig. Vaak begint het gesprek met een aangever al met de opmerking dat de zedenrechercheurs geen waardeoordeel over de aangifte hebben. De facto is er echter een sterke neiging aan te nemen dat de aangever de waarheid spreekt.

In een zo’n zaak ondervroeg ik eens een verbalisant die mijn ontkennende cliënt tijdens het verhoor steeds voorhield dat hij zat te liegen. Ik vroeg hem wat de waarheid dan precies was. In zijn beleving lag dat voor de hand: mijn cliënt loog telkens wanneer hij iets anders zei dan de aangeefster.

Vrijwel ieder verhaal heeft twee kanten. Tot het moment dat de rechter heeft geoordeeld spreken we niet voor niets over een verdachte en geldt de onschuldpresumptie, hoewel journalisten dat tegenwoordig steeds vaker lijken te vergeten en al op voorhand menen te weten dat iemand schuldig is.

“Je moet toch van de informatie op de dagvaarding uit kunnen gaan?” zei een journalist me toen hij probeerde uit te leggen waarom hij mijn cliënt in zijn artikel een pedofiel had genoemd. Nou, nee. Dat is namelijk een volstrekt eenzijdige weergave van de feiten.

De verdachte heeft het in het strafproces dus al moeilijk genoeg. Hij moet het opnemen tegen een opsporingsapparaat dat geneigd is hem op voorhand schuldig te vinden, journalisten die menen dat de feiten voor zich spreken en hij loopt het risico dat de rechter door bezuinigingen zijn zaak niet meer alle aandacht kan geven die ze verdient.

En dan moet daar nu ook nog eens meer aandacht voor het slachtoffer bij omdat sommigen van mening lijken te zijn dat het strafproces teveel aandacht aan ‘daders’ besteedt. Alsof het strafproces een soort slachtoffertherapie zou moeten zijn.

Beklaagdenbankje
‘Framing’ door de focus op het slachtoffer

Daarbij komt dat al die aandacht voor het slachtoffer, vaak spreken we liever over een aangever, bijdraagt aan framing. Als er een slachtoffer is moet er ook een dader zijn. En die zit natuurlijk in het beklaagdenbankje. Alweer een psychologisch effect waar de rechter zich bewust van moet zijn.

Het zou goed zijn als we ons wat meer bewust zijn van de psychologische effecten die ons allemaal beïnvloeden en die een belangrijke rol spelen in strafzaken. Of het nu gaat om de onbewuste beïnvloeding van getuigen of het denken in causale verbanden.

What you see is NOT all there is.

Sydney Smeets